Introduction - introductie

This blog is not a trail guide. It is about the beauty and the diversity of Curaçao.
There are dry months and wet months, days with wind or storm or no breeze at all.
Due to the weather conditions, you may find he trails to be very different from what our pictures show.

Most recent hikes are described in Dutch, the other entrees are in English. Our main object is to show the beauty of the island. We cannot always give exact directions of trail heads or ends.
Many trails tend to change. Also, the maintenance depends on
enthusiastic volunteers.

Important: never go hike alone! When visiting popular places like the Salt pans of Jan Kok or Ascencion Bay don't get out of your car unless other people are there. Leave money, cards and other valuables at the Hotel.
If you have no one to come with you, take a hiking tour with a guide. Please read the page with
tips and info
!
Do not touch the
Manzanilla tree or its leaves and apples. They are poisonous.
Enjoy Hiking Curaçao!
______________________________________________________________________________________________________

Wandelverslag Terrassen bij de Shute 28-02-2016.


Deze keer was onze groep 8 wandelaars sterk; handzaam genoeg voor een klauterpartij langs deze bijzondere rotswanden. Dit moet je beslist niet met een te grote groep doen, want dan worden de bijen boos. En vluchten kan niet meer, want dan kom je met gebroken ledematen beneden aan, denk ik. 



Op het pad naar beneden kom je veel lidcacteeën, cadushis en melon di seru tegen. Een avondje pincetten is niet iedereen gegeven. 
Gelukkig stoorden wij de bijen niet en vervolgden we de klim naar het nisje met een schitterend uitzicht naar de kust.



Degenen die de moed hadden om het terras te beklimmen en dat waren alle deelnemers, werden beloond met nog mooier uitzicht naar de Airport en niet te vergeten het kadasterblok.



De bolcactus stond er frank en fris bij. Met opgestoken stekeltjes begroette hij/zij ons. In de verte stond een huisje, dat vermoedelijk als lichtbaken dient voor de aanvliegrichting naar de landingsbaan.



De weg terug was nog moeilijker dan de weg heen. De bijen hielden zich koest, want het was goed volk, dat langs trok. De boze neusrots  was  van steen en kon ons niets doen. Hij kon zelfs niet eens zijn neus ophalen.



Vanaf het eerste terras vervolgden we de route naar het 2de lagergelegen terras. Dit terras met zijn  prachtige brandingsnissen zagen er formidabel uit. Ik geloof dat ik niets teveel zeg, dat de schoonheid en grilligheid van deze rotswanden en nissen nergens op dit eiland te vinden is. 


De indianenmuur is hoogstwaarschijnlijk door moderne indianen aangelegd, want ik meende enig metselwerk te bespeuren. De olifant of mammoet stond zielig te kijken hoe een dolfijn de klip op ging. De druipstenen waren van ongekende vorm en schoonheid. 



Al met al een zeer fraaie wandeling, tenminste als je het vuil langs de weg naar de Shute niet in aanmerking neemt. Maar zelfs dit heeft zijn eigen karakter.

Met een vrolijke wandelgroet, G.K. Foto's en verslag.

Wandeling in het gebied achter het Landhuis Daniel.

Wandeling in het gebied achter het Landhuis Daniel. Foto's.


De wandeling is over een aanvankelijk maanlandschap terrein, totdat we de terrassen afdalen.
Denk aan stevig schoeisel, dat tegen een stootje kan, aan te trekken. Het is verstandig om plakband of een touwtje mee te nemen om losgelaten zolen bij el elkaar te houden. Een wandelstok als derde steunpunt is aan te bevelen.






Wandelverslag Porto Marie, Vogeluitkijk, Playa Hunku. 14-02-2016


Op de parkeerplaats was het even zoeken waar wie wie was, zoveel autos stonden er. Maar na enig getoeter kon ik in de achterste contreien een ieder begroeten. Vanaf de parkeerplaats liepen we naar het paadje langs de putten, de meeste putten stonden droog. De varkens  waren in een lange tijd niet langs dit pad gegaan, maar het bodemvoedsel, dat ze achtergelaten hadden, had zijn werk verricht. De Pataka, het blauwe bloemetje, stond in bloei , zo ook de rode Bezem shimaron. De Carawara di Mondi ( blancu ) droeg vrucht. Een kleverige zoete smaak als je zo'n besje doorbeet.


De vogeluitkijk stond er in volle glorie bij, alleen de vogels waren gevlogen, maar je moet ook gaan kijken als het etenstijd is. Dan is het gekwetter niet van de lucht. De Wabi droeg zijn Mimosa met eer en de Ingfrau, lidcatus,  gaf door zijn geel bloemetje een echt Valentijns gevoel. Misschien dat Doornroosje hier meer vanaf weet. Bij de ruine van het landhuis Porto Marie aangekomen werd het legendarische verhaal van een van onze oudste wandelaars aangehaald. Je zag bij verschillenden de rillingen over de rug lopen. Afijn tijd om de pas er weer in te zetten en ons  naar het hek te spoedden, dat de weg naar Playa Hunku afsluit.

Inderdaad Playa Hunku, ook wel playa Dingo genoemd, is een privee strand. Dit was ook duidelijk te zien aan de kussens, die er rondom verspreid lagen en ons noden om even uit te rusten. Na een slokje water werd de klim aanvaard.



Seru Matheo  vanaf de baai is een steile opgang langs rotspartijen, die ons naar een een soort trap leidt. Als je eenmaal de trap bereikt hebt is het grootste leed geleden. Op mijn leeftijd en na die vervelende Chikungunya zijn mijn krachten duidelijk afgenomen. Boven op de Seru Matheo werden we verrast met prachtige uitzichten op de meerdere uitkijkpunten. De Bromelias waren amper uitgebloeid en enkelen moesten nog hun knoppen ontplooien. We bereikten het touw waar ik me stevig aan vasthield om de afdaling te vergemakkelijken.


De parkeerplaats was in zicht. De autos stonden er nog. Een drankje na zo'n enerverende wandeling gaat er best in. Jammer dat er zo weinig wandelaars gebruik van maakten. De zon is in de zee gezakt. De groene flits heb ik niet gezien, want ik was al eerder naar huis.
Voor de volgende week zou het een rooibezoek of Indigobakken bezoek kunnen zijn. U hoort nader.
Groetend,
G.K.

De Rotstekeningen van Curacao - Wandelverslag Bakufal, Zapatier en SanFuego.

De Rotstekeningen van Curacao.
Curacao kent vele grotten. Buiten de meest bekende, zoals De Grot van Hato en de grotten van Rooi Rincon zijn er voor de normale burger vele onbekende. Sommige zijn bewoond geweest door de Indianen Caraiben in vroegere tijden. In deze grotten komen veel indianentekeningen voor. Van horen en zeggen zouden er 37 vindplaatsen zijn. De grotten dienden hoofdzakelijk voor ceremoniele gelegenheden en niet zozeer als bewoning.


De heer A.D. Ringma heeft hier in 1949 tot 1951 en later P. Wagenaar Hummelinck onderzoek naar gedaan en hebben er uitgebreid  in hun boeken verslag van gedaan.
Om een paar grotten te noemen  , die wij als wandelgroep aandoen, zijn de Grot van Jan Tabak ( Kraal Tabak ) tijdens een Groot Sint Joris wandeling, de Grot ven Ronde Klip in het kalkterras, de Grot van Shingott op de vlakte van Hato, Cueba Pachi en Mirador tijdens onze voettocht te Daniel en de Tunnel of the Doom in onze Santa Catharina wandeling,
Andere grotten  of brandingsnissen zijn de Tafelberg, Santa Martha, Sint Jan, de Seroe di Cueba op Savonet, en  Cueba Bajan op Patrik.
Ruim 200 m ten oosten van de grot van Hato bevinden zich twee naast elkaar gelegen diepe abris. De oostelijke vertoont roodachtige vlekken, die we mogen beschouwen als resten van tekeningen. Slechts een figuur is hier behouden gebleven. De westelijke abri verrast ons met enkele in druipsteen gehakte figuren, waarvan er een doet denken aan een menselijk gelaat met hoofdtooi. Beide nissen lijken aan het terrein van de Grot van Hato toegevoegd te zijn, gezien het beschermende hekwerk rondom de Grot van Hato inclusief de twee brandingsnissen met de petroglyphen.
Dit zijn tot op heden de enige petroglyphen die mij van Curacao bekend zijn, en de enige op een mens gelijkende sculpturen, waarvan wij mogen aannemen , dat zij door de prehistorische bewoners van Curacao gemaakt zijn, zo schrijft P. Wagenaar Hummelinck.in zijn boek.

De twee petroglyphen, welke de Inventaris van de Werkgroep Rotstekeningen Curacao vermeldt in 1989 zijn in druipsteen gegrifte 'gezichten' waarvan ik  de indruk heb, dat zij- evenals de beschreven sculptuur uit de grot van Koraal Tabak- niet door prehistorische bewoners van Curacao werden aangebracht, aldus Wagenaar Hummelinck.

Deze, door Ringma in juli1949 ontdekte vindplaats werd op 11 augustus met fotos gedocumenteerd. De reliefs gaven de indruk zeer oud te zijn en mogelijk niet door de makers van de rotstekeningen te zijn vervaardigd. Hoewel aan de bij deze plaats opgegraven skeletten geen ouderdomsbepalingen werden gedaan, lijkt het niet onwaarschijnlijk, dat deze petroglyphen omstreeks vierduizend jaar geleden werden aangebracht.
Bij een volgend bezoek, op 7 aug. 1955, werden de reliefs met schoenwitsel beter zichtbaar gemaakt, waarbij de menselijke trekken minder overtuigend werden; Neus en mond bleken grotendeels op fantasie te berusten en de ogen waren gaten die een niet geheel kunstmatige indruk  gaven. De driehoekige omtrek van het 'gezicht' is diep ingegrift. Dergelijke omtrekken vindt men ook links-boven en rechts van het 'gelaat', en, zeer onduidelijk, nog enkele keren op andere plaatsen.
 Dertig jaar later in 1992 was er van het  aangebrachte wit nauwelijks meer iets te zien. Heden zal het geheel vervaagd zijn.


Wandelverslag Bakufal, Zapater en San Fuego. Interne Link: Zapateer

Er zijn maar heel weinig wandelingen zoals deze. Eerst door een rooi , dan langs tuinbouw en landbouwgronden en vervolgens over paden, die in het blauwe hinein dreigen te verdwijnen en het bezoek aan een kas.


Goedgemutst of gepet stond een ieder te popelen om de eerste schreden te zetten door een pas schoongemaakte rooi vanwege de Zika-verspreiders die het vooral op zwangere vrouwen gemunt hebben. De zika is nog erger dan de Chikungunya, want je kan er dood aan gaan. Heeft U al een emmertje, een muggenval, bij de Pest Control gehaald? Dit bestrijdingsmiddel houdt 400 vierkante meter vrij van de muggen en het verdelgt de tigermug.


De rooi omzoomde het voetbalveld en na ongeveer 100m verlieten we deze door een wal op te klimmen om het gebied van Bakufal, het vroegere Soltuna, te verkennen.
De garage waar  aleer de landbouwwerktuigen opgeslagen werden, was nu in een onderkomen veranderd. Het hondje blafte niet, het was zeker moe van het kuieren. De stoet trok langs. Een dorre boel op het land, de eens zo fiere Soltuna had het loodje gelegd. De maisstaken lagen uitgedroogd op het veld. Humus voor de volgende oogst, maar er geen oogst meer. De watertank  leeg door een lekkage.


We naderden het pad, dat eindeloos leek. We keken het af, naar wat in de verte op een zendmast- heuvel leek. Afijn we hoefden niet de hele weg af, want bij een afslag zagen we een dam voor ons liggen, die we over moesten. Aan de ene kant lag de mondi en aan de andere kant een grasveld. Een oud fundament trok onze aandacht. Een trouwe wandelaar kwam gelijk in aktie en inspecteerde de funderingsoverblijfselen op vakkundige wijze en kwam met de boodschap, dat het er al langer lag dan wij dachten. Nu dat dachten wij ook al. Het pad langs San Fuego was breed en lag vol met glasscherven, maar hoe verder we liepen hoe smaller het werd en het ging over in bijna mondi. Gelukkig was er een klein paadje waar we langs konden. Aan het einde van dit paadje werd het nog even spannend, een kruipdoor sluipdoor bracht ons uiteindelijk in het open veld. We zagen de kassen liggen en daar moesten we heen. Langs de paden, die af en toe meer op kabritenpaadjes leken, kwamen we bij de groentekassen aan. We werden hartelijk ontvangen door de pluksters en plukkers.
Na een uitleg in het spaans en papiaments werden we een komkomber aangeboden, die je natuurlijk na zoveel hartelijkheid niet kon afslaan.
Een bijzondere ervaring rijker zetten we de tocht voort  om via dezelfde rooi als heen onze achtergelaten autos te begroeten. Al met al had deze tocht 1 uur en een half geduurd.

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.

Wandelverslag 24-01-2016. Rafael en Klein Piscadera.

Interne Link: Rafael.
Een diepe gegraven geul voor de ingang van de weg die naar Landhuis Rafael leidt, hield ons tegen om daar te beginnen. 

Ruïne

Dan maar om het hofje heen langs de Sterculiabomen. Ze stonden niet in bloei. Langs de bassins liepen we tot waar het pad een bocht maakte. Er lag hier veel vuil. Tussendoor vonden we het pad dat we al klauterend afdaalden. verderop was het pad versperd. Al knippend baanden we ons een weg om het paadje te vinden dat ons door de Curacaosche alang alang zou leiden. 

Ruïne

Evenwel het was zo overwoekerd, dat het een echt snoeimiddagje werd. Met moed beleid en trouw werd het pad gevonden , dat ons naar het landhuis Klein Piscadera voerde. Dit landhuis heeft duidelijk betere jaren gekend, toen we er nog Tropenweelde feesten hielden. De weg vanhier af leidde ons door het bos tot aan de Piscaderabaai. De Mangels stonden ons in volle glorie op te wachten. 
De Mangel Tam ook wel Tan genoemd is een Rhizophora mangel (mangrove). Een altijd groene boom die in de kustgebieden of langs binnenbaaien te vinden is. Op onze eilanden meestal enkele meters hoog maar kan tot ruim 10 meter reiken. De bloem is klokvormig, bleekgeel van kleur en 2 cm in diameter. De vrucht is  kegelvormig, roestbruin , 2 a 3 cm lang, bevat een zaad, dat reeds in de vrucht ontkiemt en een 20 a 30 cm cylindervormig orgaan krijgt ( hypotyl ) dat, met de kiem, na enige tijd afvalt en rechtop in de modder terecht komt of verder drijft tot de grond geraakt wordt. In het laatste geval richt de hypotyl zich omhoog en produceert blaadjes aan de top ( kiemplant ). De bast en bladeren bevatten veel tannine , ze worden gebruikt in de leerlooierij. De steltwortels leveren een rode verfstof, die voor de vloeren en meubels gebruikt wordt. Een aftreksel van de vruchten wordt ( na gisting ) als alcoholische drank gedronken. Ook zijn de gedroogde bladeren als tabak in pijpen gebruikt. Nog vele toepassingen van de verschillende onderdelen van de boom worden geneeskrachtig beschouwd.
De zwarte mangel is een bizondere boom  met zijn vele zijtakjes, die als luchthappers dienen, een niet alledaags gezicht. De aanloopweg naar de pier waar de oliepijpleiding loopt,is geblokkeerd. Het is nu een loverslane geworden.Bijna aan het einde van het volgende pad gingen we de pijpleiding over en belanden we in een grasveld waar de krabben diepe gaten hadden gemaakt. Even verderop liepen we door de Puta Perfumado die heerlijk ruikt. Deze parfumachtige kerstbomengeur brengt je in een prima stemming. Na veel geknip wisten we uiteindelijk de achterkannt van de ruine Rafael te bereiken. Ook daar was alles versperd en met veel snoeiwerk wisten we ons pad te vervolgen. Het hofi van Rafael is immer een verademing, vooral als je de wratten, buds,knotten aan de bomen ziet, die op Aliens lijken. Een bovenaards schouwspel. Van hieruit was nog geen makkie om het juiste pad te bewandelen. Maar met vereende krachten lukte het ons toch om het zandpad te bereiken. De uitgang was zoals reeds gezegd door een diepe geul geblokkeerd, maar om langs een smal randje te lopen, was dit geen onoverkomelijke barriere.
Onze autos stonden braaf te wachten. De voettocht was door al dat geknip een half uur uitgelopen.

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.

Wandelverslag Fort Beekenburg, Directie baai, Kabritenberg 17-01-2016.

Druk, druk er was haast geen plek te vinden om je auto te parkeren. Het leek geheel lokaal uitgelopen was om aan de caracas baai te vertieren. Er werd gevoetbald, gebarbequed en gezwommen. Maar de meesten zag je toch een bekend flesje bier in de hand.
Hiertussen verzamelde de groep wandelaars zich op een onopvallende wijze in korte en lange wandelbroeken met of zonder loopstok.Om vier uur precies, het kan ook ietsje er voor zijn geweest, zich in beweging richting Fort Beekenburg.


De route liep langs de majestueuze natuurstenen met meertjes aan de voet. Zie je die groene reiger met zijn prachtige schutkleur, nauwelijks herkenbaar met die groenige rotsachtige achtergrond? Fort Beekenburg de treden op van de trappen waren een aardige oefening voor de oudjes die van traplopen houden. 


De kanonnen stonden dreigend voor hun geschutspoorten op hun rolpaarden.Geen kaper te zien, laat staan een vijand die het op Curacao voorzien heeft. Een torentje hoger werd bemand door enkele wandelaars die het liever een beetje hogerop zochten. Achter de kantelen hielden ze trouw de wacht en keken af en toe naar beneden wat die snoodaards daar beneden van plan waren.


Nu die zetten de tocht voort, om verder via het strand zich richting Directiebaai te begeven. Ook daar was het druk lieftallige dames lagen te zonnen en norse heren hielden de wacht. Na inspectie van de aan zee grenzende rotsen, moet ik bekennen dat de fosielen nog zijn teruggebracht, die vroeger de rotsen plachten te sieren. Verrassend was een stapel stenen langs de kust. Jan de Stapelaar, niet te verwarren met Jan van Schaffelaar, was druk bezig om geschikte koraalstenen te zoeken om meerdere van die bouwsels te stapelen. Onder goedkeurend geknik van enige wandelaars die blijkbaar kennis van zaken hebben, stapelde hij verder. 


De groep was een beetje uitgerekt en bij het afslagpunt werd er even gewacht of een ieder wel het goede weggetje nam.
De Mata Pisca en de Bai no Bolbe waren hier in grote aantallen te vinden. We slingerden ons door die plantenwereld heen en kwamen tenslotte uit tegenover het Santa Barbara hotel, het vroegere Hyatt, aan de andere kant van de ingang naar het Spaanse Water.
We vervolgden ons pad door de mondi met diverse oude Brasias en Palu di Sias. Op het asfalt aangekomen zochten we de plek waar we weer de Mondi in konden duiken om rond de Kabriteberg te lopen. Een geitenpaadje volgden we en het werd steeds schaduwrijker met mooie uitzichten naar de Tafelberg en het Spaanse Water.


Een enerverende natuur met reusachtige rotspartijen. Af en toe moesten we een afdalinkje nemen, waarbij je wel de nodige aandacht nodig hebt, anders is roets,roets.
We liepen langs prachtige mangrove Tan en even verderop langs het water om vervolgens weer de mondi in te gaan. Bij een ijzeren trap moesten we omhoog en het rondje Kabritenberg zat er op. Langs de achterkant waar de Parandaboot Mi Dushi ligt liepen we terug . Vroeger was dit terrein illegaal afgesloten door een of ander snoodaard die dacht dat het hem goed uitkwam om de visvangst zelf te doen. De hengelaars waren woest. Of dit de aanleiding is geweest om de toegang wederom voor een ieder open te stellen, weet ik niet. In ieder geval hadden we geen last van honden en dies meer zij. Om kwart over zes waren we bij onze bolides weergekeerd. Zo te horen vond iedereen het mooie wandeling, voor herhaling vatbaar.

Met een vrolijke wandelgroet,
Groetend, G.K.